Drents heideschaap


Geschiedenis van het Drents Heideschaap

Het Drents Heideschaap is het oudste schapenras van het vaste land van West-Europa. Vanaf ongeveer 4000 v. Chr. komt het in Drenthe voor; waarschijnlijk met de emigranten meegekomen vanuit Frankrijk. Het Drents Heideschaap is hiermee het laatste overblijfsel van een schapenhouderij zoals deze hier zo'n 6000 jaar geleden al plaatsvond. Het Drents Heideschaap is, in tegenstelling tot de meer veredelde schapenrassen, in staat te leven op schrale heidegronden. In vorige eeuwen hebben heideschapen een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van de landbouwgronden. Overdag zwierf de kudde onder leiding van de herder en zijn honden over de hei. 's Nachts werden de schapen in de schaapskooi opgesloten. De in de kooi verzamelde mest werd vermengd met heideplaggen en hiermee het es(akkerland) bemest. Zonder schapenmest was akkerbouw in die tijd praktisch onmogelijk. Toen de kunstmest zijn intrede deed, werd schapenmest overbodig. Heidevelden werden ontgonnen en de heideschapen waren niet meer nodig. Omdat een heideschaap verder weinig productief is, is hiermee de economische basis weggevallen. Hierdoor zijn de Drents Heideschapen van het oude type voor een groot deel verdwenen. Op de schralere heidegronden werd steeds vaker een Schoonebeeker ram ingezet. Zo ontstond een tussenras: het zogenaamde Drents Heideschaap van het Nieuw Type. Dit schaap heeft de kromme neus van de Schoonebeeker en vaak ook de kleuraftekening in de wol. De horens van de rammen zijn enigszins gedegenereerd, zij hebben een nauwere spiraal en groeien dichter langs de wangen. Soms groeien de punten van de horens zelfs in wang of kaak. De meeste Drents Heideschapen die we nu tegenkomen zijn van het nieuwe type.

Huidige functie van Drents Heideschapen

Een functie die het Drents Heideschaap altijd al had, is bewaard gebleven, namelijk het in stand houden van de heidegebieden. Wanneer een heidegebied niet wordt begraasd, verandert het in een grasvlakte en/of bos. Om deze reden laat men vaak, al dan niet als kudde, heideschapen op deze gebieden grazen. Veel van deze kuddes worden dan ook met gemeenschapsgelden in stand gehouden.

Raskenmerken Drents Heideschaap

Het zeldzame oude type Drents Heideschaap wordt gekenmerkt door een rechte profiellijn van de neus. Het voorhoofd kan iets verhoogd zijn maar veelal loopt de rechte neus gewoon door. De kop heeft een matte beharing. Een glanzende beharing is minder wenselijk. Tussen de hoorns ziet men vaak een wollig kuifje. De poten zijn rank. De staart is dik bewold en moet minimaal over de hak reiken. De wol bestaat uit drie soorten vezels: de kortfijne onderwol, de lange harige vezel en de zogenaamde kemp
(= dikke holle vezel) De wolopbrengst is 1 tot 2 kg per dier. De kleur van de vacht is wit tot crème, bruin of zwart. De kleur van de kop- en pootbeharing kan variëren van wit, lichtbruin tot zwart. Niet alle kleurpatronen zijn hierbij wenselijk, zoals bijvoorbeeld een scherpe lichtdonker aftekening op de kop in de vorm van schilden of brillen, of donkere vlekken in de wol. Bij zwarte dieren mag wit voorkomen op de kruin, snuit, staart, kraag poten en in een klein befje. De ooien zijn horenloos, dragen stikken of grotere hoorns. Deze zijn dan schuin naar achteren en naar buiten gericht en al dan niet gebogen. De rammen zijn altijd gehoornd. De horens moeten vrij van de kop staan en ruim spiralen. Hierdoor krijgen de oren voldoende ruimte. Het oude type Drents Heideschaap werpt meestal 1 lam, maar bij betere voeding zijn tweelingen geen uitzondering. Het aflammeren gaat makkelijk en de moederzorg is goed.