Het Witterveld

Eeuwenoud natuurgebied

Woest en ledig, zo zullen de uitgestrekte Smildigervenen ten zuiden van Assen er vroeger hebben uitgezien. Heide en veen, zo ver het oog reikte. Het Witterveld is een restant van dat grote natuurgebied. Hier was minder turf dan in de rest van het veengebied te vinden doordat het veenpakket er niet zo dik was. De rest van Smildigervenen is inmiddels ontgonnen. Plaatselijke boeren gebruikte delen van het Witterveld eeuwenlang als bouwland en als graasgebied voor hun schapen en runderen. In 1891 kwam de Koninklijke Landmacht naar Assen. De gemeente kocht ‘woeste grond’ van enkele boeren stond dit gebied in bruikleen af aan de militairen. De Landmacht richten het natuurgebied in als oefenterrein . In het noorden kwam een schietbaan te liggen,terwijl de rest van het gebied dienst ging doen als veiligheidszone. Als de gemeente Assen deze ‘waardeloze’ grond niet aan de landmacht had aangeboden, was het Witterveld al ontgonnen tot landbouwgrond. Het is tegenwoordig een van de weinige omvangrijke hoogveengebieden in Nederland die de ontginningwoede hebben overleeft. Toch hebben er wel activiteiten plaatsgevonden waardoor het Witterveld schade heeft opgelopen. Zo verscheen in de tweede wereldoorlog een diepe tankgracht en werd er een loopgravenstelsel aangelegd. Ook is het gebied in gebruik geweest als kleiduivenschietbaan en zweefvliegveld.

Beheer en behoud

Vanwege de waardevolle natuur heeft de ministerie van landbouw,natuurbeheer en visserij het Witterveld in 1991 aangewezen als beschermd natuurmonument op grond van de Natuurbeschermingswet. De gemeente Assen beheerde het natuurmonument al sinds jaar en dag en was defensie huurder.Sinds 2006  is defensie eigenaar van “het Witterveld. Voorop staat het herstellen van de waterhuishouding. Voldoende water van goede kwaliteit is onmisbaar voor het voortbestaan van hoogveen en natte heide. Daarvoor zijn de sloten en greppel dichtgegooid, waardoor het regenwater zolang mogelijk in het gebied blijft. Ook het grondwater kan tegenwoordig weer ongehinderd naar de lage delen stromen. Runderen en schapen voeren het dagelijks beheer uit. Zij grazen het gebied af en zorgen er zo voor dat de struik- en dopheide vitaal blijven. Grassen en jonge struiken krijgen door dat gegraas geen kans de heide te verdringen. Soms is het nodig een stuk heide te plaggen of te maaien,zodat bijzondere soorten zoals kleine zonnedauw en moeraswolfsklauw weer kunnen kiemen. Door al die maatregelen zorgt de beheerder voor het duurzame behoud van dit bijzondere natuurgebied.

Unieke natuur

Ingesloten in zandruggen ligt een stuk levend hoogveen. Een ondoordringbare laag in de ondergrond zorgt ervoor dat regenwater niet kan wegstromen. Ook stroomt er regenwater vanuit de zandruggen naar het veengebied. Zo blijft het hoogveengebied kleddernat. Dit is het milieu van veenmossen, de bouwstenen van
hoogveen. Veenmossen nemen extreem veel water op. Van boven groeien de plantjes alsmaar door, terwijl ze van onderen afsterven. De dode plantenresten vormen het veen. In het veenpakket groeien veel andere bijzondere planten zoals veenbes, lavendelheide en ronde zonnedauw.In het veengebied liggen twee natuurlijke veenmeertjes, zogenaamde meerstallen. Vrijwel nergens in Nederland zijn dit soort meertjes nog te vinden. Op de overgang van het veen naar de wat drogere heide leven veel soorten planten en dieren. Hier vinden wij bijvoorbeeld klokjesgentiaan, dopheide,witte snavelbies en moeraswolfsklauw. Het gentiaanblauwtje is een karakteristiek vlindertje dat haar eieren alleen legt op klokjesgentiaan. De hogere delen van het Witterveld zijn in de nazomer paars van de bloeiende struikheide. Veel insecten als bijen en hommels doen hun voordeel met de nectar van de struikheide. De grote afwisseling in het Witterveld biedt ruimte voor veel broedvogels zoals roodborsttapuit en de buizerd. Heide en veen vormen een prima leefgebied voor reptielen en amfibieën zoals adder,heidekikker en alpenwatersalamander.

Nog steeds doet het grootste deel van het Witterveld dienst als veiligheidszone voor de schietbaan. Daarom is dit deel niet toegankelijk voor publiek. Dit zou levensgevaarlijk zijn.

Dit gebied is op 10 september 2009 door de minister van LNV (nu EL&I) definitief aangewezen als Natura 2000-gebied.